Posts

Tijdelijke wet maatregelen covid-19: de burgemeester weer de baas

Per 1 december 2020 treedt naar verwachting de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 in werking. Wat betekent dat voor de handhaving van de coronamaatregelen? Op 13 november 2020 werd de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 in het Staatsblad gepubliceerd. De wet wijzigt de Wet publieke gezondheid (Wpg), vervangt de huidige noodverordeningen en treedt naar verwachting op 1 december 2020 in werking. De wet wordt aangevuld met ministeriĆ«le regelingen. In ieder geval de Tijdelijke regeling maatregelen Covid-19 en de Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen Covid-19 geven straks een nadere invulling aan de wettelijke bepalingen. Aan het begin van de pandemie hebben de voorzitters van de veiligheidsregio’s op aanwijzing van de minister voor Medische Zorg en Sport maatregelen genomen. In de veiligheidsregio’s is een noodverordening ingesteld op grond van artikel 39 lid 1 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en artikel 176 van de Gemeentewet. Artikel 39 lid 1 van de Wvr bepaalt – voor...

Ook zonder medische noodzaak kan iemand voor zichzelf hennep kweken

Een helder en consistent betoog van de overtreder over eigen gebruik maakt volgens de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg dat in dit geval aannemelijk is dat aangetroffen drugs niet bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Als dat niet is aangetoond, is de burgemeester niet bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen. In beginsel is bij het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs aannemelijk dat die drugs in een pand aanwezig zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Daarmee is de burgemeester naar de letter van artikel 13B Opiumwet bevoegd om een pand te sluiten. In dat artikel zijn immers de woorden “dan wel daartoe aanwezig” opgenomen die wijzen op deze uitleg. Wanneer een overtreder weet aan te tonen dat de aangetroffen drugs die hebben geleid tot een burgemeesterssluiting niet voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn, draait als het ware de bewijslast om. De burgemeester zal aannemelijk moeten maken dat er wel degelijk...

Zijn een schroevendraaier en smeermiddel inbrekerswerktuigen?

Wat inbrekerswerktuigen in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zijn is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In dit geval zijn schroevendraaiers en WD40 inbrekerswerktuigen, tegen de achtergrond dat de persoon die ze bij zich droeg in het verleden betrokken was bij inbraken, zich verdacht gedroeg en wegrende voor de politie. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer (hierna: het college) had op 18 juli 2018 een dwangsom van € 2.500,- ingevorderd bij een jongen die op 9 februari 2017 een last onder dwangsom opgelegd had gekregen die ertoe strekte dat hij op een openbare plaats geen inbrekerswerktuigen mag vervoeren of bij zich mag hebben. De rechtbank had in beroep overwogen dat het college ten onrechte tot invordering van de dwangsom was overgegaan. Volgens de rechtbank was het college niet bevoegd om voor alle mogelijke overtredingen van het APV-artikel, dat het bij zich dragen van inbrekerswerktuigen verbiedt, een last ...

"Verstop het snel"

In een uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020 zitten enkele voor de praktijk relevante elementen verstopt. De verzendtheorie krijgt een nieuwe invulling en uiteengezet wordt wanneer een rechtbank zelf in een zaak kan voorzien. Daarnaast schetst de Afdeling nog eens het (volledige) toetsingskader van een woningsluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020 ( ECLI:NL:RVS:2020:1682 ) is om drie redenen interessant: 1.      de Afdeling geeft vanaf nu een ruimere uitleg aan de zogenoemde verzendtheorie; 2.      de Afdeling zet het gehele toetsingskader van een sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet nog eens uiteen (ditmaal anders dan in de overzichtsuitspraak van 28 augustus 2019 met inbegrip van de beoordeling van de bevoegdheid van de burgemeester); 3.      de Afdeling legt uit onder welke omstandigheden de rechtbank zelf in een zaak kan voorzien (en wan...

Gedragsaanwijzingen blijven overeind

Door de burgemeester opgelegde gedragsaanwijzingen zijn ten onrechte niet eerst voor een zienswijze aan betrokkenen voorgelegd. Ook vond geen expliciete belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM plaats. Geen redenen voor de voorzieningenrechter om de besluiten te schorsen. De Wet aanpak woonoverlast geldt sinds 1 juli 2017. Toch is een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 26 juni 2020 pas de tweede gepubliceerde uitspraak over een gedragsaanwijzing op grond van die wet (de eerste gepubliceerde uitspraak is alweer een jaar oud). Dat zegt iets over de mate waarin burgemeesters gebruik maken van de bevoegdheid om op te treden tegen ernstige en herhaaldelijke hinder in en om de woning. De burgemeester van de gemeente De Bilt heeft op 28 mei 2020 gedragsaanwijzingen opgelegd aan de huurder van een woonwagenstandplaats en aan iemand die in een toercaravan op hetzelfde perceel verbleef. Beide bewoners hebben tegen de besluiten van de b...

Burgemeesters en bijtincidenten

In twee recente uitspraken over maatregelen van burgemeesters naar aanleiding van bijtincidenten komt de reikwijdte van de lichte bevelsbevoegdheid van artikel 172 lid 3 van de Gemeentewet in dat kader aan de orde. Een hond in Den Haag beet in de periode tussen 2015 en 2018 ten minste zes andere honden en twee personen. De burgemeester van Den Haag heeft daarop op 1 maart 2019 een bevel gegeven op grond van artikel 172 lid 3 van de Gemeentewet (Gemw) tot de blijvende inbeslagname van de hond. De burgemeester heeft daarbij aangegeven de hond te willen overdragen aan een andere eigenaar en als dat niet mogelijk blijkt de hond te willen doden. De rechtbank heeft overwogen dat de laatstgenoemde inbreuken een meer specifieke grondslag eisen dan artikel 172 lid 3 Gemw. De burgemeester mocht de hond in beslag nemen, maar dat mocht niet blijvend en van overdracht of euthanasie kon geen sprake zijn. De Afdeling volgt in een uitspraak van 20 mei 2020 dit oordeel van de rechtbank en heef...

Ambtshalve bekend als drugsdealer

Voor de overtreding van een APV-artikel dat een verbod op drugsdealen inhoudt is – kort gezegd – voldoende dat iemand ambtshalve als drugsdealer herkend wordt en zich verdacht gedraagt. Op 16 oktober 2017 hebben B&W van Ermelo een man onder oplegging van een dwangsom gelast om artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Ermelo 2016 (hierna: de APV) niet meer te overtreden. Per overtreding is een dwangsom van € 5.000,- verschuldigd, met een maximum van € 20.000,-. Artikel 2:74 van de APV van Ermelo stelt het verboden om in drugs te dealen, meer precies om “op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen”....