Posts

Posts uit 2018 tonen

Sluiten zonder waarschuwen, niet alleen in het grensgebied?

Uit de wetsgeschiedenis van artikel 13b van de Opiumwet (Kamerstukken II 2005/2006, 30 515, nr. 3, p. 8, en Kamerstukken II 2006/2007, 30 515, nr. 6, p. 1 en 2) blijkt dat bij een eerste overtreding in beginsel niet direct tot sluiting van de woning moet worden overgegaan, maar moet worden volstaan met een waarschuwing of een soortgelijke maatregel. Van dit uitgangspunt mag in ernstige gevallen worden afgeweken.     Uit het beleid zal een dergelijke werkwijze moeten blijken. Er zal in individuele besluiten gemotiveerd moeten worden waarom in dat concrete geval niet met een waarschuwing kon worden volstaan (vgl. ECLI:NL:RVS:2014:3941, r.o. 7).   De Afdeling hanteert sinds 30 juli 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2859) de   lijn dat er in het grensgebied een uitzondering op dit uitgangspunt geldt. Overwogen werd in die uitspraak dat de burgemeester van Maastricht, gelet op de bijzondere positie van die gemeente als grensgemeente, in redelijkheid het beleid kon voer...

Doorgeladen vuurwapens verstoren de openbare orde

In een vandaag (6 december 2018) gepubliceerde uitspraak van de Amsterdamse voorzieningenrechter van 16 mei 2017 stond de vraag centraal of de burgemeester van Aalsmeer een woning voor drie maanden mocht sluiten. De burgemeester had een woning voor drie maanden gesloten op grond van artikel 174a, eerste lid van de Gemeentewet nadat in de woning twee doorgeladen vuurwapens werden aangetroffen en op straat dichtbij de woning een gepantserde auto. Artikel 174a, eerste lid van de Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester kan besluiten een woning te sluiten, indien door gedragingen in de woning of op het erf de openbare orde rond de woning of het erf wordt verstoord. Het moet daarbij volgens de wetgever gaan om overlast die maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen en die niet met andere, minder ingrijpende middelen kan worden bestreden . De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken heeft op 16 april 1997 op aandrang van de Eerste Kamer een circulaire aan alle burg...

Ontruiming woonwagenstandplaatsen

Landelijk is het er nodige te doen geweest over door gemeenten gehanteerd uitsterfbeleid ten aanzien van woonwagenstandplaatsen. Waarschijnlijk mede in reactie daarop heeft de gemeente Mill en Sint Hubert een Beleidskader gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid opgesteld.   Vooruitlopend op dat beleid werden percelen van de gemeente in gebruik genomen om een standplaats veilig te stellen. Dit terwijl er voor deze locatie al een belangstellendenregister bestond. De gemeente Mill en Sint Hubert heeft hierop in kort geding bij de rechtbank Oost-Brabant – kort gezegd - de ontruiming van woonwagenstandplaatsen gevorderd. Aan die vordering had de gemeente ten grondslag gelegd dat de bewoners zonder recht of titel verbleven op percelen van de gemeente. Dat is onrechtmatig. Daarnaast zijn de percelen ongeschikt voor het plaatsen van caravans en ervaren omwonenden hiervan overlast. De gemeente was ook een bestuursrechtelijk handhavingstraject gestart. Tijdens de zittin...

Wetgeving (november 2018)

Er is een verruiming van de sluitingsbevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet in voorbereiding. Kort gezegd betreft de verruiming de mogelijkheid om een pand ook te sluiten als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het pand in gebruik is voor drugscriminaliteit (strafbare voorbereidingshandelingen). Uit de op 31 oktober 2018 gepubliceerde memorie van antwoord volgt dat sluiting ook mogelijk moet zijn zodra het pand een schakel vormt in de productie of distributie van drugs, ook als er (nog) geen directe gevolgen zijn voor de lokale woon- en leefomgeving. De Minister heeft verder in reactie op vragen van de Eerste Kamer aangegeven dat de huidige jurisprudentie over artikel 13b Opiumwet ruimer is dan de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever, maar dat daar alle reden voor is gezien de grote schaal waarop woningen worden gebruikt voor de productie en handel in drugs. De plenaire behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer vindt plaats op 4 december 2018. Zodra er...

Aanpak woonoverlast

Artikel 151d van de Gemeentewet (de Wet aanpak woonoverlast, of in de volksmond ook wel de Asowet) is op 1 juli 2017 in werking getreden. Het artikel stelt de gemeenteraad in staat om de burgemeester de bevoegdheid te geven mensen die ernstige en herhaaldelijke overlast voor hun woonomgeving veroorzaken een gedragsaanwijzing of een huisverbod op te leggen. In veel gemeenten is de bevoegdheid inmiddels in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opgenomen en zijn beleidsregels opgesteld. Uit de praktijk is ons bekend dat ook de eerste waarschuwingen en gedragsaanwijzingen hier en daar al zijn gegeven. Het blijft echter pionieren. De mogelijkheden van de wet zijn relatief ruim en het is nog aftasten in welke gevallen een gedragsaanwijzing geboden is. Met name de proportionaliteit en subsidiariteit van maatregelen zijn een discussiepunt. Wanneer komt de burgemeester in beeld? Pas nadat particuliere partijen er alles aan gedaan hebben om de overlast een halt toe te roepen of reeds i...

Sluitingsbevelen

Op 14 november 2018 deed de Afdeling twee relevante uitspraken over sluitingsbevelen. De eerste uitspraak ( ECLI:NL:RVS:2018:3699 ) heeft betrekking op de spoedsluiting van een avondwinkel door de burgemeester van Rotterdam. Aanleiding voor de sluiting was een geweldsincident waarbij slag- en vuurwapens werden gebruikt. Door de burgemeester werd een spoedsluiting bevolen op grond van artikel 2.35 van de APV. De appellant meent dat dat niet kon, omdat dit artikel niet ziet op de bevoegdheid tot ingrijpen bij acute en concrete dreiging voor de openbare orde en gezondheid. De Afdeling heeft overwogen dat dat klopt, maar dat de burgemeester te kennen heeft gegeven dat hij op grond van artikel 174, tweede lid van de Gemeentewet geen ander besluit zou hebben genomen. Omdat er voldoende reden was om op die grondslag tot een spoedsluiting over te gaan laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De tweede uitspraak ( ECLI:NL:RVS:2018:3706 ) gaat over de sluiting van...

Cameratoezicht en privacy

Op 21 februari 2018 deed de Afdeling een uitspraak over een handhavingsverzoek strekkende tot de verwijdering van beveiligingscamera’s wegens overtreding van de privacywetgeving ( ECLI:NL:RVS:2018:590 ). De Afdeling heeft overwogen dat het feit dat de verzoekster de beveiligingscamera’s regelmatig passeert ontoereikend is voor het oordeel dat zij als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb moet worden gekwalificeerd. Ik sprak in een nieuwsbriefartikel de verwachting uit dat appellanten die zich verzetten tegen de plaatsing van camera’s in de eigen straat, of daar een handhavingsverzoek tegen richten, met (meer) succes rechtsmiddelen kunnen inzetten tegen camera’s in de openbare ruimte. Op 1 november 2018 publiceerde de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een beslissing op bezwaar die ziet op deze situatie. Omwonenden van een bedrijf hadden bij de AP een handhavingsverzoek ingediend ten aanzien van twee beveiligingscamera’s die het bedrijf op de openbare weg had ger...