Sluitingsbevelen
Op 14 november 2018 deed de Afdeling twee relevante
uitspraken over sluitingsbevelen.
De eerste uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:3699)
heeft betrekking op de spoedsluiting van een avondwinkel door de burgemeester
van Rotterdam. Aanleiding voor de sluiting was een geweldsincident waarbij
slag- en vuurwapens werden gebruikt. Door de burgemeester werd een
spoedsluiting bevolen op grond van artikel 2.35 van de APV. De appellant meent
dat dat niet kon, omdat dit artikel niet ziet op de bevoegdheid tot ingrijpen
bij acute en concrete dreiging voor de openbare orde en gezondheid. De Afdeling
heeft overwogen dat dat klopt, maar dat de burgemeester te kennen heeft gegeven
dat hij op grond van artikel 174, tweede lid van de Gemeentewet geen ander
besluit zou hebben genomen. Omdat er voldoende reden was om op die grondslag
tot een spoedsluiting over te gaan laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het
besluit in stand.
De tweede uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:3706)
gaat over de sluiting van een horeca-inrichting door de burgemeester van Den
Haag. In deze uitspraak bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank,
die tot het oordeel was dat de burgemeester gezien de hoeveelheid aangetroffen
(hard)drugs en toebehoren die duiden op de verkoop, aflevering of verstrekking
daarvan tot sluiting van de horeca-inrichting over kon gaan. Interessant is de
overweging ten overvloede van de Afdeling (r.o. 5) waarin ten aanzien van de
stelling van de horecaondernemer dat hij nu als drugsdealer gezien zal worden
geoordeeld wordt dat de burgemeester het bedrijf voor een langere periode
gesloten zou hebben als hij ervan uitgegaan was dat personeel van het bedrijf
betrokken was bij de handel in de aangetroffen drugs. Hieruit wordt nog eens
duidelijk dat voor de sluiting van een horecagelegenheid wegens drugshandel,
geen betrokkenheid van de uitbater of diens personeel vereist is. Dat de
sluitingsduur afhankelijk gesteld kan worden van die betrokkenheid doet wel de
vraag rijzen of de betrokkenheid van invloed is op “de loop” naar het drugspand
in kwestie. De verlengde sluitingsduur lijkt in zo’n geval met name punitief
van aard.
Reacties
Een reactie posten