Woningsluiting onevenredig vanwege maatregelen corona?
Een woningsluiting op
grond van artikel 13b van de Opiumwet kan wegens bijzondere omstandigheden
onevenredig zijn. In een uitspraak van 27 maart 2020 heeft de
voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland de naar aanleiding van het
corona virus getroffen maatregelen samen met de slechte gezondheid van een overtreder
als bijzondere omstandigheden beschouwd die de burgemeester in zijn beoordeling
moest betrekken.
De
burgemeester van de gemeente Heumen heeft op 3 maart 2020 besloten een erf met
de opstallen, inclusief woningen voor de duur van 1 jaar te sluiten. Dit
vanwege het aantreffen van een productielocatie van synthetische drugs en een
hennepkwekerij. De bewoners van meerdere woningen op het perceel maken bezwaar
en dienen een verzoek om een voorlopige voorziening in.
Een
van de bezwaren die aangevoerd worden is dat sluiting van het hele perceel,
inclusief de woningen, onevenredig is in verhouding tot het met de beleidsregel
te dienen doel. Volgens de verzoekers had de burgemeester daarom (conform
artikel 4:84 van de Awb) van zijn beleidsregel moeten afwijken. Een van de
verzoekers voert daarbij aan dat hij een ernstige ziekte in een vergevorderd
stadium heeft en vatbaar is voor het corona virus.
De
voorzieningenrechter treft op grond van deze omstandigheden een voorlopige
voorziening en schorst het besluit voor zover het betrekking heeft op sluiting
van de woning van de zieke verzoeker tot twee weken na de beslissing op
bezwaar. De overwegingen van de voorzieningenrechter daartoe zijn opmerkelijk.
De voorzieningenrechter acht immers onvoldoende aangetoond dat de verzoeker in
verband met zijn gezondheid een bijzondere binding heeft met zijn woning. Hij
is echter wel van oordeel dat het corona virus en de naar aanleiding daarvan
getroffen maatregelen in combinatie met de slechte gezondheid van verzoeker bijzondere
omstandigheden zijn die de burgemeester in zijn beoordeling had moeten
betrekken. De burgemeester heeft volgens de voorzieningenrechter onvoldoende
onderzocht of alternatieve huisvesting gewaarborgd is en heeft ter zitting zelfs
laten weten dat hij het niet tot zijn verantwoordelijkheid rekent om zeker te
stellen dat er alternatieve woonruimte aanwezig is.
De
voorzieningenrechter heeft overwogen dat het besluit ten aanzien van de woning
van de zieke verzoeker daarom onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Ten
aanzien van de andere woning is dat volgens de voorzieningenrechter niet zo. Er
zijn in dat verband geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat
sluiting van de woning onevenredig zou zijn of waardoor op de burgemeester een
grotere onderzoeksverplichting rust. De getroffen overheidsmaatregelen ter
bestrijding van het corona virus alleen zijn daartoe volgens de
voorzieningenrechter onvoldoende.
Vzr. rechtbank Gelderland 2020,
www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBGEL:2020:2015
Reacties
Een reactie posten