Sluiting onevenredig bij periodieke controles door verhuurder
Wanneer een verhuurder het door hem
verhuurde periodiek controleert, daarbij op een hennepkwekerij stuit en zelf
passende maatregelen neemt om de overtreding te beëindigen kan de
sluiting van het pand door de burgemeester onevenredig zijn.
Het is vaste
jurisprudentie van de Afdeling dat de verhuurder de verantwoordelijkheid heeft
om zich over het gebruik van een pand adequaat te informeren.
Een eigenaar
kan als overtreder worden aangemerkt, indien hij wist, dan wel redelijkerwijs
had kunnen weten dat zijn pand als hennepkwekerij werd gebruikt. In een
uitspraak van 23 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2969)
heeft de Afdeling onder andere overwogen dat de verhuurder “bij een
eenvoudige inspectie van de woning had kunnen constateren dat de woning er onbewoond
uitzag en er illegaal stroom werd afgetapt”.
Niet alleen
voor de beantwoording van de vraag of een verhuurder overtreder is, maar ook in
het kader van de beoordeling of er sprake is van bijzondere omstandigheden in
de zin van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) komt betekenis
toe aan periodieke controles door de verhuurder. Dat blijkt uit een uitspraak
van de Afdeling van 13 maart 2019.
De
burgemeester van Helmond had een bedrijfspand op grond van artikel 13b van de
Opiumwet gesloten, nadat daar een grote hennepkwekerij was aangetroffen. De
bevoegdheid van de burgemeester om het pand te sluiten staat niet ter
discussie.
De verhuurder
van het pand voert aan dat de burgemeester ten onrechte van zijn bevoegdheid om
het pand te sluiten gebruik heeft gemaakt, omdat de verhuurder het pand zelf al
had gesloten. Dit naar aanleiding van een controle van het verhuurde.
Dergelijke controles voerde de eigenaar van het pand elk kwartaal uit, geheel
in lijn met de door de gemeente verstrekte folder “Voorkom een hennepkwekerij
in uw woning of bedrijfspand.”.
Bij de
controle trof de eigenaar een ravage aan in het pand. Hij heeft de politie
gebeld en kreeg te horen dat er een week eerder een inval plaatsvond. Hij heeft
het pand daarop zelf gesloten, de sloten vervangen en de huurovereenkomst
gerechtelijk laten ontbinden. Hij heeft daarvoor hoge kosten moeten maken.
Gelet op deze
omstandigheden, en het feit dat is komen vast te staan dat de burgemeester in
een andere zaak onder vrijwel gelijke omstandigheden van een sluiting afzag,
meent de Afdeling dat het overeenkomstig de gemeentelijke beleidsregel sluiten
van het pand gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met die
beleidsregel te dienen doelen. De burgemeester heeft daarom in dit geval niet
in redelijkheid een last onder bestuursdwang kunnen opleggen.
ABRvS 13
maart 2019, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2019:794
Reacties
Een reactie posten