Ernstige twijfels over de bevoegdheid van de burgemeester
De eerste (gepubliceerde) uitspraak
van een rechter over de Wet aanpak woonoverlast is een feit. Op 1 juli 2019
heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak
gedaan in een zaak over een gedragsaanwijzing die ertoe strekt dat het de
eigenaren van een woning (onder meer) niet is toegestaan hun zoon in de woning
te laten overnachten of de zoon alleen te laten in de woning. De
voorzieningenrechter betwijfelt of de burgemeester in dit geval bevoegd was
deze gedragsaanwijzing te geven.
De Wet aanpak
woonoverlast (Asowet) is neergelegd in artikel 151d van de Gemeentewet en is op
1 juli 2017 in werking getreden. Het artikel stelt de gemeenteraad in staat om
de burgemeester de bevoegdheid te geven mensen die ernstige en herhaaldelijke
overlast voor hun woonomgeving veroorzaken een gedragsaanwijzing of een
huisverbod op te leggen.
De
gemeenteraad van Waalwijk heeft de voornoemde bevoegdheid aan de burgemeester
toegekend in artikel 2.77d van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op
24 mei 2019 heeft de burgemeester van Waalwijk aan de eigenaren van een woning
een last onder dwangsom opgelegd die ertoe strekt dat hun zoon niet langer dan
twee uur per dag in de woning mag verblijven. Hun zoon mag niet in de woning
overnachten of alleen gelaten worden.
De ouders
voeren aan dat er geen sprake is van aanhoudende overlast en dat het besluit
daaromtrent ook niet voldoende gemotiveerd is. Het besluit zou steunen op
incidenten van jaren geleden en vermoedens.
De
voorzieningenrechter heeft overwogen dat de burgemeester pas bevoegd is om op
grond van de APV een last onder dwangsom op te leggen als gebleken is van ernstige
en herhaaldelijke hinder. Dat begrip is in de Beleidsregels woonoverlast 2019
van de gemeente Waalwijk gedefinieerd.
De
voorzieningenrechter stelt dat niet is gebleken van ernstige en herhaaldelijke
hinder voor omwonenden die wordt veroorzaakt door gedragingen van de zoon in de
vorm van brandstichting en geluidsoverlast. Er is geen aanwijzing van
betrokkenheid van de zoon bij een brandstichting in 2015, er was één melding
van geluidsoverlast in 2017 en uit een bestuurlijke rapportage uit mei 2019
wordt niet duidelijk wie die heeft opgesteld en waar deze op gebaseerd is.
De
voorzieningenrechter heeft, m.i. op grond van het voorgaande terecht, dan ook
ernstige twijfels over de bevoegdheid van de burgemeester om in dit geval een
last onder dwangsom op te leggen. Het besluit wordt geschorst.
Rb
Zeeland-West-Brabant 1 juli 2019, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBZWB:2019:3010
Reacties
Een reactie posten