Bevoegdheid 13b Opiumwet maakt burgemeester geen civiel rechtssubject
De saunaclub in Roermond, waarover
ik eerder schreef, dagvaardde de burgemeester en vorderde de deze de feitelijke
uitvoering van de sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet staakte en
gestaakt hield. De club had niet de burgemeester, maar de gemeente moeten
dagvaarden en is niet ontvankelijk.
In de
uitspraak van de rechtbank Limburg van 22 februari 2019 geeft de rechtbank een
lesje privaatrecht. De rechtbank legt uit dat, gelet op artikel 1:1 lid 1 BW en
2:5 BW, alleen publieksrechtelijke rechtspersonen dragers van rechten en
plichten zijn en niet de tot hen behorende bestuursorganen, zoals de
burgemeester. Alleen de rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan onderdeel
uitmaakt is in het privaatrecht bevoegd om als formele procespartij op te
treden.
Eén van de
uitzonderingen die de Hoge Raad daarop heeft geformuleerd
(ECLI:NL:HR:1983:AG4696) is de situatie waarin de wet aan een orgaan, niet
zijnde een natuurlijk persoon of rechtspersoon, procesbevoegdheid verleent.
De saunaclub
heeft betoogd dat er sprake is van deze uitzondering, omdat artikel 13b Opiumwet
procesbevoegdheid aan de burgemeester geeft. De rechtbank heeft overwogen dat
artikel 13b Opiumwet de burgemeester weliswaar de bevoegdheid geeft om een last
onder bestuursdwang op te leggen, maar dat uit de jurisprudentie volgt dat het
voor het aannemen van procesbevoegdheid onvoldoende is dat een wettelijke
bepaling aan een orgaan de bevoegdheid toekent om bepaalde rechtshandelingen te
verrichten. Artikel 171 van de Gemeentewet geeft de burgemeester de bevoegdheid
om de gemeente in en buiten rechte te vertegenwoordigen, maar op grond van dat
artikel kan de burgemeester niet zelfstandig als eiser of gedaagde in een
burgerlijk geding optreden.
Recent heeft
de Amsterdamse rechtbank vergelijkbaar overwogen in een zaak van een
Amsterdammer die voor de rechtbank eiste dat de burgemeester op zou treden
tegen de ‘Amsterdamse fietsjungle’ (ECLI:NL:RBAMS:2018:1537).
Rb Limburg 22
februari 2019, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBLIM:2019:1672
Reacties
Een reactie posten