Een grensgeval
Eerder
besprak ik de
uitspraak van de Afdeling van 12 december 2018, waarbij ik constateerde dat
met die uitspraak de deur leek open te staan voor alle burgemeesters om een
beleid te voeren dat woningen of lokalen in beginsel worden gesloten bij het
aantreffen van een handelshoeveelheid drugs. De Afdeling heeft in die zaak
namelijk overwogen:
“Gezien de toenemende
overlast van drugs in gemeenten, met name in het grensgebied, bestaat er, zoals
de rechtbank terecht heeft geoordeeld, geen aanleiding het door de burgemeester
gevoerde beleid op dit punt onredelijk te achten.”
In eerdere
uitspraken (zie bijvoorbeeld ABRvS 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3663)
hanteerde de Afdeling nog de overweging:
“Er bestaat, gelet op de
bijzondere positie die de gemeente Venlo inneemt bij het uitvoeren van de
Opiumwet, geen aanleiding het door de burgemeester gevoerde beleid op dit punt
onredelijk te achten”
Op 27
februari 2019 deed de Afdeling wederom een uitspraak met betrekking tot een
woningsluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet door de burgemeester
van Venlo. In r.o. 3.1 van die uitspraak wordt de hiervoor opgenomen overweging
van 14 november 2018 herhaald. Het is daarmee onduidelijk of de overweging uit de
uitspraak van 12 december 2018 als een uitzondering moet worden gezien of de
nieuwe regel. Het is wachten op een uitspraak met betrekking tot een gemeente die
een zogenoemd “one strike you’re out” beleid voert en waarover geen discussie
kan bestaan dat die gemeente is gelegen buiten het grensgebied.
De uitspraak
van 27 februari 2019 is nog om een andere reden interessant. De rechtbank had
namelijk overwogen dat de burgemeester onvoldoende gemotiveerd had waarom er
door de zwaarte van de sanctie geen sprake was van een bestraffende sanctie. De
Afdeling heeft in dat kader overwogen dat er geen aanleiding bestaat om de last
alleen op basis van de zwaarte van de maatregel als een bestraffende sanctie
aan te merken. Daarbij wordt gewezen op de bestuursrechtelijke aard van de
maatregel, het niet onredelijk te achten beleid (zoals hiervoor besproken) en
het feit dat de Afdeling in eerdere uitspraken een sluiting van een woning van
een jaar niet onevenredig heeft geacht.
ABRvS 27
februari 2019, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2019:627
Reacties
Een reactie posten